Ronselen

Ronald Buijt van Leefbaar Rotterdam heeft in de aanloop tot de raadsverkiezingen van 3 maart jongstleden partijgenoten in een e-mail aangezet tot het werven van volmachten. Foei! Niet om zijn ‘geronsel’, maar om zijn verwijt dat de PvdA ‘onrechtmatigheden’ en ‘wetsovertredingen’ toe laat, terwijl Buijt als enige (nota bene een politicus) de wet echt heeft overtreden.

Tijdens een cabaretoptreden riep ook ik iedereen op om kiezers actief te benaderen hun stem uit te brengen. Desnoods deur voor deur bij ze langs te gaan en in elk geval met een volmacht weg te gaan.

Mijn lief vroeg of ik gek was geworden!

“Mensen als mijn moeder moeten kunnen stemmen; ze is analfabeet, oud, slecht ter been maar heeft wel overal een mening over. Naar het stembureau gaan is te veel moeite voor haar. In Turkije stemden mensen als mijn moeder ook met hulp van anderen. Zij zeggen hardop op wie en welke partij ze willen stemmen, iemand van het stembureau wijst de plek aan waar met rood potlood een kruis of met een in inkt gedoopte vinger gestemd kon worden. Dit gebeurde onder toezicht en niks privacy of geheimhouding. Nu plaatsen we toch ook op alle formulieren waar mama haar handtekening moet zetten, onze vingers en trekken ze pas op het laatste moment weg.”

“Maar je mag per persoon maar met twee volmachten een stem uitbrengen. Wat doe je met de rest?” [Lees verder...]

Politiek dakloos

Een Turkse man vraagt aan mijn therapeut: “Wat ik moet met deze papier?”

“Dit is uw stempas. Kijk hier staat het: OPROEP voor de verkiezingen van de leden van de gemeenteraad. U kunt op 3 maart stemmen.”

“Is verplicht?”

“Nee, het is niet verplicht.”

“Ik krijgen bekeuring? Boete, als ik niet doe?

“Nee, u krijgt geen boete.”

“Oh, dan is goed. Dan ik kan weggooien.”

“Wat heb je tegen die Turkse man gezegd?” Vraag ik aan mijn therapeut.

“Niets.”

“Niets? Waarom heb je hem niet proberen te overtuigen van het belang om te gaan stemmen?”

“Ik kan anderen toch niets opdringen?”

Waarom niet? Iedere potentiële stemmer die ik kan overtuigen, is er een. Mijn zoon – net 18 – wilde uit protest niet stemmen.

“Mam, ik heb goed en slecht nieuws: ik ga toch wel stemmen maar jij gaat mijn keuze niet leuk vinden.”

“Ik ben trots op je, als je maar stemt.” [Lees verder...]