Moelanders

Wij zijn het braafste jongetje van de klas. Dat was al zo tijdens de Tweede Wereldoorlog , toen het Nederlandse ambtenarenapparaat keurig de administratie op orde hield, waar de Duitse bezetters dankbaar gebruik van maakten. De Nederlandse overheid komt herhaaldelijk niet op voor haar onderdanen. Althans niet zichtbaar. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) toont geen clementie met de zieke fruithandelaar Cor Disselkom. Als het aan de minister ligt wordt deze Nederlander aan Polen uitgeleverd. Ziek of niet, de heer Disselkom heeft zich misschien schuldig gemaakt aan overtredingen en moet daarvoor beboet en/of gestraft worden. Maar dat kan ook in Nederland. Daar zijn rechtswege mogelijkheden voor. Waarom maakt Opstelten daar geen gebruik van? Het is ongehoord. Natuurlijk; er bestaan afspraken en verdragen tussen landen onderling en in internationaal verband. Landen kunnen die afspraken in principe niet zomaar negeren of naast zich neer leggen. In de praktijk gebeurt dat toch. Denk aan de Israëli’s die alle internationale verdragen die ze mede hebben ondertekend aan hun laars lappen, de Verenigde Staten die verdragen NIET eens tekenen, als die tegen het belang van hun burgers ingaan en Nederland dat elk verdrag klakkeloos uitvoert. [Lees verder...]

Boetes helpen

Een Turkse maatschappelijke werker bekent hoe hij in de tachtiger jaren het verder studeren van Turkse dochters afdwong wanneer de vaders in zijn spreekuur om hulp kwamen vragen.

“Maar uw dochter is leerplichtig. Als ze stopt met school krijgt u hoge boetes.”

“Maar uw Nederlandse collega vertelde mij dat ik geen boete krijg als u een brief schrijft. De inspecteur geeft dan ontheffing, vrijstelling of zo, bij sommige omstandigheden.”

“En wat zijn uw omstandigheden?”

“Mijn vrouw is ziek, ik werk en we hebben nog drie kleine kinderen. Mijn dochter móet haar moeder helpen.”

“Ik begrijp het, maar nogmaals ik weet niet of de inspecteur dit argument zwaarwegend genoeg vindt.”

“Daarom mag u van mij schrijven wat u denkt dat de inspecteur wil horen. U kent onze cultuur. Alstublieft, ik smeek u, help ons. Al is het maar tot de zomer. Na de zomervakantie kan ik altijd zeggen dat mijn dochter in Turkije is gebleven.”

De maatschappelijke werker vraagt de cliënt volgende week terug te komen en belooft dat hij zal doen wat hij kan.

De man is nog niet weg of de maatschappelijke werker belt persoonlijk de inspecteur van onderwijs op:

“We hebben weer zo een geval. Wil je deze week nog een dreigbrief naar dat adres te sturen? En dat als het schoolverzuim van zijn dochter doorgaat hij een bezoek van de inspecteur kan verwachten én een fikse geldboete. Vermeld alsjeblieft de hoogte van de boetes.” [Lees verder...]