Het Bijlmer Parktheater leek wel De Balie: overal grijzend wit

Het Bijlmer Parktheater leek wel De Balie: overal grijzend wit

Een grijzende man speelt contrabas, een jongeman zingt Who’s That Lady, een slow versie maar nog altijd heerlijk swingend en ongenadig mooi.

Op een diascherm staat een beeltenis van Astrid Roemer, pionier, voorvechtster, de eerste Surinaamse winnaar van de P.C.-Hooftprijs. Ze is ziek, ze laat zich excuseren.

Haar vervanger is Karin Amatmoekrim. Over Roemer: “Door haar voelde iemand als ik dat ik er ook mocht zijn. Dat ik mocht schrijven.”

Het is de stil makende opening van Bijlmer Boekt!, de literaire variété in het Bijlmer Parktheater.

Fascinerend. Stap in bus 41 vanaf Oost naar Holendrecht en binnen een paar haltes zitten alleen nog Surinamers in de bus. En ook op straat, op het Anton de Komplein en het Bijlmerpark: alleen Surinamers.

Maar stap vervolgens de grote zaal van het Bijlmer Parktheater binnen tijdens Bijlmer Boekt! en het had weer net zo goed De Balie kunnen zijn: vooral grijzend wit.

Een vrouw komt het podium op, in een sportfiets-rolstoel. Ze vraagt een man haar over te hevelen naar een normale rolstoel. Soepel gaat dat niet.

“Kijk, dit is een spasme.” Ze wijst naar haar trillende been. “Het doet geen pijn, het hoort bij een dwarslaesie.”

Behoorlijk ontregelend allemaal dit. Even nog denk ik: dit is een act, maar nee. Funda Müjde, actrice, cabaretier, kreeg tien geleden een ongeluk. “En het mooie: sinds ik in een rolstoel zit, ben ik geen Turk meer.”

Want vroeger vroegen de mensen: ben je Turks of Marokkaans, al maakte dat niet uit natuurlijk, en wat spreek je goed Nederlands.

Nu vragen ze: zit je al lang in een rolstoel? Nee? Wat zonde, en wat ben je mooi.

Müjde, hartverwarmend cynisch: “Een mooi compliment op zak én niemand vraagt nog of je Turks of Marokkaans bent. Had ik dat maar eerder geweten…”

Müjde fietste op haar race-rolstoel naar Istanboel, negentig dagen, vierduizend kilometer. Presentator Christine Otten: “Je bent een rolmodel.”

Dat wordt pas een woordgrap als de zaal, Müjde voorop, begint te  lachen.

De zanger van het openingsnummer sluit af. Hij heet Yerry Rellum. Liefhebbers van The Voice wisten het al een jaar, maar ik hoor hem voor het eerst en allejezus, wat heeft die man een stem, van bas tot falset.

Na een paar ballads sluit hij af met Move On Up, van Curtis Mayfield, nog altijd alleen met die lekkere contrabas. “Dit is een uptempo nummer. Jullie mogen dansen.”

Een Surinaamse vrouw staat meteen op en danst voor haar stoel, en meteen daarna nog een. Een tijdje later volgen ook de blanke vrouwen, stoeltje voor stoeltje. Ze wiebelen.

Deel Dit

Geef een reactie