Blok aan het been

“Je gaat dit weekend naar Istanbul?”

“Ja, dat klopt. Op uitnodiging van een milieuorganisatie”.

“Gaat je dochter mee?”

“Nee, mijn lief gaat mee.”

“Oh, is dat zijn werk tegenwoordig?”

“Hoe bedoel je?”

“Nou, hij moet overal met je naar toe.”

Mijn zorg in de ochtend bedoelt het goed. Ik probeer mijn boosheid te onderdrukken terwijl zij mij helpt om mijn broek en schoenen aan te trekken.

 “Hij vindt het niet alleen leuk, ik zou hem beledigen als ik met iemand anders zou gaan.”

Ze is weg en ik ben nog bozer omdat ik mezelf, tevergeefs, heb proberen te verdedigen.

Na wat rekenwerk hebben mijn lief en ik besloten dat hij vervroegd met pensioen zou gaan. Zo kan hij mij ondersteunen in mijn toenemende werkzaamheden. Mijn lief heeft nu pas ontdekt wat mijn werk inhoudt. Optredens voor theater, tv, radio, mijn werkzaamheden voor goede doelen, gala’s en recepties. Hij geniet en zegt hoe leuk en interessant al die mensen zijn die hij dankzij mij en mijn werk ontmoet. Dat niet alleen; hij geniet ook van alle aandacht die naar hém uitgaat. Hij wordt de hemel in geprezen. Menigeen heeft zelfs medelijden met hem. Dat ik de basiskostwinner ben en ook voor hem zorg, alles inkoop om zijn en ons leven te vergemakkelijken wordt niet gezien.

Tegen mij: “Wat een goede man heb jij. Wat bof jij dat hij je niet ziet als een blok aan het been. Wat goed dat hij is gebleven. Ik wou dat ik zo een man had.” Ik hou me in om niet te zeggen: ”Ruilen? Ik lopen en jij mijn man?”

Tegen hem:”Maar hoe gaat het met jou? Denk je nog aan jezelf? Ben je niet in een gat gevallen nu je met pensioen bent? Vind je het niet erg dat je altijd haar leven, haar agenda leeft?”

Ik beaam en benadruk mijn geluk. Hij benadrukt dat hij het zelf erg leuk vindt. Het mag niet baten.

Het ongeluk is vier jaar geleden. Twee jaar heb ik stad en land afgereisd met taxi’s en soms met collega’s of zelf gereden in mijn aangepaste auto. Vroeg het huis uit en ‘s avonds laat terug; allemaal zonder mijn lief. Sinds drie maanden doen we bijna alles samen. Nu pas merk ik dat twee zaken fundamenteel zijn veranderd: mijn lief is verslaafd aan de aandacht en de complimenten die hij ontvangt. Maar het allerergste vindt ik het gebrek aan contact met mijn collega’s en opdrachtgevers, sinds hij meereist. Waar mensen mij voorheen ontvingen, hielpen en verzorgden, houden ze nu respectvol afstand omdat hij er is. Kennelijk zijn we één blok voor buitenstaanders terwijl ík buitengesloten wordt.

Ik ben het spuugzat; ik bestel een taxi, ga alleen naar Deventer en verzorg een spetterend optreden. Ik word onthaald, ontvangen, verzorgd en gezien als een stoer en onafhankelijk wijf. Als ik diep in de nacht weer thuis kom, word ik onthaald door een verongelijkte man die mijn enthousiaste verhalen zuinig aanhoort. Het was heerlijk werken, zo zonder blok aan mijn been.

(Eerder verschenen in de Telegraaf vrijdag 8 april 2011) 

Deel Dit